PM2,5 grens-
waarden
fijn stof over-
schreden!?

WAT IS FIJN STOF en PM2,5

Er zijn vele soorten luchtverontreiniging. Fijn stof is daar weer een ondersoort van. Een gebruikelijk onderscheid is PM10(kleiner 10m, grof stof), PM2,5(kleiner 2,5m,fijn stof) en PM0,1(kleiner 0,1m, ultra fin stof of UFP-Ultra Fine Particles-). De m staat voor micrometer of micron dat is een miljoenste meter. Algemeen wordt aangenomen dat naar de mate dat fijn stof kleiner is, de gezondheidsrisico's toenemen. De grotere bestanddelen van fijn stof wordt goeddeels door de neusharen afgevangen en de kleinere nauwelijks. Daardoor dringt PM2,5 en PM0,1 via de longen en de bloedvaten door in het hele lichaam. Sommige bestanddelen van PM2,5 en PM0,1 zijn giftig en kunnen daardoor het menselijk afweersysteem verstoren. Om die reden wordt aan fijn stof met name PM2,5 veel aandacht besteed in de regelgeving. Verkeer levert een belangrijke bijdrage aan zowel fijn stof als stikstofdioxide (NO2).

De regelgeving inzake luchtverontreiniging stelt meetsystemen verplicht. In Nederland via de NSL. Dit voortdurend meten is een kostbare zaak. Daarom worden naast een beperkt aantal fysieke meters veel rekenmodellen gebruikt om op alle locaties de hoeveelheid van onder meer fijn stof te schatten. De gevolgen van foute metingen zijn ernstig. Grote investeringen bij overschattingen van grenswaarden. Sterfte bij onderschatting.

EUROPESE NORMEN en NSL

De Europese regelgeving inzake luchtverontreiniging is weergeven in de EU richtlijn luchtkwaliteit. De Nederlandse omzetting is te vinden in de wet milieubeheer onder Titel 5.2. In de Nederlandse emissierichtlijn lucht (NeR) is dit verder uitgewerkt, hoofdzakelijk via de Regeling Beoordeling Luchtkwaliteit. Het RIVM geeft een praktijkhandleiding voor bedrijven en overheden. Het Kenniscentrum InfoMil geeft een overzicht. De rekenmethodes en aannames worden beschreven in handleiding rekenen aan luchtkwaliteit De grens­waarde voor PM2,5 is vastgesteld op 25 ug/m3 m.i.v. 2015.

Als gevolg van de geldende meetmethoden en de daarbij behorende rekenmodellen in het NSL, wordt ook bij drukke wegen slechts sporadisch een overschrijding van de grenswaarde voor PM2,5 (25 g/m3) vastgesteld. Dit is opmerkelijk want bijv. in in Brabant worden al de hoogste meetwaarden vastgesteld, 15-20 g/m3. Dat in de buurt van drukke wegen geen overschrijdingen worden vastgesteld, lijkt onwaarschijnlijk. Het gevolg van de huidige modelaannames en meetmethoden is dat iedere MER-rapportage over nieuwe drukke wegen langs bebouwde kommen constateert dat nooit sprake is van overschrijding van de grenswaarde PM2,5(25 g/m3). De Raad van State accepteert voorshands deze uitkomsten bij procedures. Dat alles neemt niet weg dat ook beneden de PM2,5 grenswaarde, wel degelijk gezondheidsrisico's bestaan.

NIEUWE MEETAPPARATUUR

Twijfel is ontstaan of de geldende conclusies over PM2.5 waarden bij drukke wegen wel kloppen. Het meetsysteem van de NSL bepaalt de luchtkwaliteit in heel Nederland met Teom apparatuur op slechts 60 meetpunten, waarvan enkele PM2,5 meten. Verder wordt alles gebaseerd op rekenmodellen. De nieuwste geavanceerde UFP-meters van Philips voor het gevaarlijkste ultra-fijn stof PM0,1 tonen echter aan dat de wettelijke norm voor PM10 (40-50 g/m3) bijna nooit wordt overschreden maar dat er wel per cm3 tienduizenden deeltjes ultra fijn stof circuleren. Het betrof hier metingen bij een minder drukke provinciale N-weg. De TEOM meters meten vooral PM10 en daar wordt PM2,5 vervolgens van afgeleid. Probleem is dat PM0,1 alleen aantallen meet en PM10 en PM2,5 gewicht. Ultrafijne stofdeeltjes bepalen grotendeels de aantallen deeltjes in de atmosfeer, terwijl de fijne en grove fractie samen het gewicht (massa) bepaalt. Door de kleine diameter dragen ultrafijne deeltjes weinig bij aan gewicht of massa. Aangenomen wordt vaak dat PM2,5 in een min of meer vaste verhouding staat tot PM10, tussen 60% en 70 %. Het RIVM gaat uit van een ratio van 0,67, de EU van 0,7. De verhouding tussen PM0,1 en PM10 tussen 5% en 10% lijkt minder constant. Er zijn heel veel invloeden die (tijdelijk) op die verhouding inwerken (wind/seizoen/bron). Bijgaand rapport voor het Astma-fonds bijv. stelt de verhouding PM2,5/PM10 op 0,88 met verkeer als bron.

Overzicht:

Wat is fijn stof en PM2,5

Europese normen en NSL

Nieuwe meetapparatuur

Betere metingen

Conclusie

BETERE METINGEN

Op grond van het voorgaande is twijfel over de juistheid van de bestaande normen, metingssystemen en rekenmodellen gerechtvaardigd. Het is zaak dit verder te onderzoeken. Het Comit heeft het voornemen daar een bijdrage aan te leveren. Daar staan verschillende methodes voor ten dienste.

  1. Om de overheid te overtuigen zijn waarschijnlijk nieuwe metingen noodzakelijk. Metingen zijn echter kostbaar. Ze moeten op meerdere locaties bij drukke wegen worden ingezet over een langere periode. Die metingen moeten adequaat worden opgezet als antwoord op ingewikkelde juridische begrippen. Denk aan 'Gemiddelde bloot­stellings­index'­(GBI). Dit is het gemiddelde van de geme­ten con­centraties over een periode van 3 jaar, met een grens­waarde van 25 g/m3. Denk aan 'blootstellings-­concen­tratie­verplich­ting'­(BCV) op stedelijke achtergrondlocaties in Nederland, met als grenswaarde ten hoogste 20 g/m3.
  2. Ook de parameters in formules om in bebouwde kommen de invloed van achtergrondconcentratie en lokale ver­keers­bij­drage te scheiden, lijken niet plausibel. In Brabant bijv. tenderen de schattingen voor PM10 als achtergrond­concentratie rich­ting 30m. Als de verhouding met PM10 tot de locale ver­keers­bijdrage als bron 0,88 bedraagt, wordt PM2,5 al: 0,88 x 30m=26,4m. Omdat verkeer ook de grootste bijdrage aan fijn stof levert naast achter­grond­concentratie, is onaan­nemelijk dat de PM2,5 norm van 25m in bebouwde kommen rond de N65 in Vught en Helvoirt niet zou zijn overschreden. Laat staan de BCV van 20 g/m3. Doorslaggevend bewijs vraagt ook weer kostbare metingen.
  3. Tenslotte bestaat al veel onderzoek naar het verband tussen PM2,5 en gezondheid. Voor PM0,1 is nog minder onderzoek beschikbaar naar dat tendeert allemaal naar de conclusie dat PM0,1 een betere indicatie is voor gezond­heidsrisico's. Daar komt bij dat veel onderzoek uitwijst dat het juist verkeer is dat bijdraagt aan ultrafijn stof. Zijn de huidige normen wel adequaat?

Alle suggesties om aan dit onderzoek bij te dragen zijn welkom. Dat kunnen donaties zijn, subsidies, bestaande deelonderzoekingen, gratis medewerking onderzoeksdelen etc.

Het is beter de overheid zelf te overtuigen dat luchtkwaliteitsnormen nieuwe wegen langs bebouwde kommen zouden moeten verbieden en dat ondertunneling dan betere oplossingen biedt dan nieuwe wegen in de polder.

Via de rechter ontstaan ongetwijfeld interessante juridische discussies, zeker als die op Europees niveau moeten worden uitgevochten. Een zakelijke argumentatie op basis van gefundeerde onderzoeksgegegevens kan procedures hopelijk voorkomen.

CONCLUSIE

Via donaties worden hopelijk voldoende fondsen verworven om deze activiteiten te kunnen voortzetten. Wij zijn een erkende ANBI instelling vanaf 9 maart 2011 onder fiscaalnummer 8503 34 305/ dossiernr. 78 471. Hierdoor zijn giften en donaties fiscaal aftrekbaar.

Donaties zijn dus meer dan welkom op rekening 1064.94.422 bij de Rabo Bank ten name van Comit N65OH Helvoirt. Bedankt!

Klik hier voor Terug "Startpagina".        Hier voor "Nieuwspagina"